Pasen in Ootmarsum

Ons eerste paasweekend in Ootmarsum. Dat wordt hier op bijzondere wijze gevierd. Paasvuren branden er in heel Twente, maar vlöggeln doen we alleen in Ootmarsum. Een uniek gebeuren met tal van rituelen, volgens de Canon van Overijssel: “De oorsprong van dit bijzondere paasgebruik is in nevelen gehuld. Wel staat vast dat het zeer oud is. In de Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren uit 1840 staat het vlöggeln al vermeld.”

Pasen in Ootmarsum staat onder leiding van de poaskearls. Acht ongetrouwde jongemannen, geboren in Ootmarsum. Ieder jaar gaan er twee af en komen er twee bij. Men is dus vier jaar in functie, maar eigenlijk is men poaskearl voor het leven.

Zaterdag om 1 uur ’s middags wordt met drie ouderwetse boerenwagens op het Springendal hout gehaald voor het paasvuur. Vanaf het Marktplein richting het Springendal. En weer terug naar Ootmarsum.

 

Omdat men pas na zonsondergang het stadje in mag wordt langdurig gepauzeerd bij twee kroegjes langs de weg. Grolsch doet goede zaken. Even na zonsondergang rijden de drie met dennenhout beladen wagens, elk getrokken door twee sterke trekpaarden, de stad binnen. Om vervolgens richting de Poaskamp (recht tegenover ons huis, achter de Engels’ Tuin) te rijden en het hout voor het paasvuur af te laden en op te stapelen.

Op zowel eerste als tweede Paasdag wordt er gevlöggeld. De poaskearls komen samen op de Poaskamp, een weiland gelegen op de oostelijke helling van de Kuiperberg. Zij lopen al zingend, de vier oudsten voorop, één keer rondom het paashout. Vandaar gaat men naar het begin van de Grotestraat ‒ niet ver van de vroegere stadspoort ‒ waar de oudste poaskearl een sigaar opsteekt. Vervolgens legt hij een hand op zijn rug, de volgende poaskearl pakt deze en de rest van de poaskearls en vlöggelaars volgt. Zij trekken luid zingend de stad in. Steeds meer stadsgenoten en andere belangstellenden sluiten zich bij de rij aan. Hand in hand gaat de lange mensenslinger door de straten van Ootmarsum. Afwisselend worden de twee paasliederen gezongen. Zo trekt men volgens een vaste route door de binnenstad, rondom stiepels van huizen, en zelfs dwars door enkele cafés, waar voor de Poaskearls een borreltje geschonken wordt. Het vlöggeln eindigt op de Markt, waar de menselijke keten zich als het ware oprolt en ontbindt. Tot slot zingt men dan nog één keer de beide paasliederen, waarna onder luid hoera-geroep kinderen hoog in de lucht worden geheven.

Op Eerste Paasdag wordt ’s avonds op de Poaskamp het paasvuur ontstoken. Onder toeziend oog van het hele stadje (en de brandweer) steken de poaskearls het vuur aan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *